Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) aangenomen door Eerste Kamer

Wat verandert er door de Wab?

De Wab verkleint de verschillen tussen vast werk en flexwerk. Dit maakt het voor werkgevers aantrekkelijker om werknemers sneller een contract met meer zekerheid te geven. De Wab bestaat uit een samenhangend pakket maatregelen. Het grootste deel van deze maatregelen gaat vanaf 1 januari 2020 in. Dat valt dus samen met de datum waarop de Wnra waarschijnlijk ingaat.

Concreet zijn voor overheidswerkgevers en hun medewerkers vooral de volgende veranderingen van belang:

  • Het recht op transitievergoeding wijzigt.

Op hoofdlijnen betekent dit het volgende. Nu hebben werknemers in het bedrijfsleven na een dienstverband van minstens 24 maanden bij ontslag meestal recht op een transitievergoeding. Door de Wab krijgen werknemers meteen vanaf de eerste werkdag recht op een transitievergoeding. De opbouw van de transitievergoeding wordt lager bij lange dienstverbanden. De opbouw bedraagt straks voor iedereen, ongeacht de leeftijd van de werknemer, een derde van het maandsalaris. Ambtenaren hebben nu nog geen recht op transitievergoeding. Met de Wnra krijgen ambtenaren, net als werknemers in het bedrijfsleven, ook recht op transitievergoeding.

  • Er komt een nieuwe ontslaggrond, de zogenaamde cumulatiegrond.

Dit betekent dat ontslag ook mogelijk wordt als sprake is van een optelsom van omstandigheden. Nu moeten werkgevers in het bedrijfsleven volledig voldoen aan één van de in de wet genoemde ontslaggronden. De nieuwe ontslaggrond (i-grond) geeft de mogelijkheid om omstandigheden te combineren. Bij een ontslag wegens de i-grond kan de rechter een extra vergoeding van maximaal 50% van de transitievergoeding aan de werknemer toekennen.

  • De ketenregeling wordt ruimer.

De termijn van 24 maanden in de ketenregeling wordt verlengd naar 36 maanden. Dit betekent dat een vast dienstverband (arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd) ontstaat als werkgever en werknemer:

  • meer dan drie elkaar opvolgende tijdelijke dienstverbanden afsluiten, of
  • langer dan 36 maanden gebruik maken van elkaar opvolgende tijdelijke dienstverbanden.

De keten van overeenkomsten wordt doorbroken als er tussen de opeenvolgende overeenkomsten een periode ligt van langer dan zes maanden. Bij een onderbreking van zes maanden of minder, loopt de keten gewoon door.

Voor de duidelijkheid: de tijdelijke aanstelling van een ambtenaar die door de Wnra automatisch wordt omgezet in een tijdelijke arbeidsovereenkomst, is geen nieuw dienstverband. Het gaat dus ook niet om een nieuwe arbeidsovereenkomst voor de toepassing van de ketenregeling (in de zin van artikel 7:668a van het Burgerlijk Wetboek).

De Wab bevat naast maatregelen op het gebied van de transitievergoeding, de cumulatiegrond en de ketenregeling ook maatregelen op het terrein van oproepovereenkomsten, payrollovereenkomsten en WW-premiedifferentiatie.

Wat betekent het pensioenakkoord voor zelfstandigen?

De Sociaal Economische Raad heeft op 5 juni 2019 een voorlopig pensioenakkoord tussen werkgevers en werknemers gepresenteerd. Onderdeel van het pensioenakkoord is de verplichte verzekering voor zelfstandigen. Hoe zit dat eigenlijk? Als zelfstandige ben ik zelf aangesloten bij een Broodfonds, een goed alternatief voor de peperdure arbeidsongeschiktheidsverzekering.

De BroodfondsMakers zetten een en ander op een rijtje.

Wie wil de verplichte verzekering voor zelfstandigen?

De verplichte verzekering is er vooral op aandringen van FNV, GroenLinks en PvdA. Hun argument hiervoor is de grote hoeveelheid onverzekerde zelfstandigen, die bij ziekte misschien ooit aanspraak kunnen maken op collectieve middelen (bijstand). Nog een argument voor verplichting is dat zelfstandigen alleen zonder ziektepremies goedkoper kunnen zijn dan mensen die in loondienst premies afdragen. Dat zou oneerlijke concurrentie zijn.
Wie het vaste contract als hoogste doel beschouwt, ziet het duurder maken van zelfstandigen via een verplichte verzekering als een oplossing.

Hoe moet dat dan?

Hoe zo’n verplichte verzekering eruit moet zien en wie er op de uitvoering gaat toezien is nog open. De komende maanden moeten de sociale partners in de SER (werkgevers en werknemers) hiervoor een plan gaan uitwerken. Dat moet nadrukkelijk gebeuren in samenspraak met organisaties die de belangen van zelfstandigen behartigen. Het kabinet wil dat de sociale partners voor de zomer 2020 een plan presenteren aan de Tweede Kamer.

Uit het concept akkoord:

3.4 Arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen
Er komt een wettelijke verzekeringsplicht voor zelfstandigen tegen het arbeidsongeschiktheidsrisico. Het doel van deze verzekeringsplicht is om naast de bestaande werknemersverzekering ook andere werkenden te beschermen tegen de gevolgen van arbeidsongeschiktheid en te borgen dat iedereen zich kan verzekeren. Dit past in het bredere streven van het kabinet om toe te werken naar een situatie waarin niet instituties en kosten bepalend zijn voor de vorm waarin arbeid wordt aangeboden, maar de aard van het werk dat gedaan moet worden. Met een verplichte verzekering wordt ook afwenteling van kosten en risico’s op de samenleving verminderd.
Het kabinet vraagt sociale partners om hiervoor in overleg met vertegenwoordigers van zelfstandigenorganisaties in het begin van 2020 een uitvoerbaar en EMU-saldo neutraal voorstel uit te werken dat betaalbaar en voor iedereen toegankelijk is, met het oog op een kabinetsvoorstel voor de zomer van 2020. Het kabinet hecht hierbij aan de balans tussen het tegengaan van schijnzelfstandigheid en zorgen dat echte zelfstandigen ruimte hebben om gewoon hun werk te kunnen doen en hun ondernemerschap in te vullen. Het kabinet vraagt daarom of het in de rede ligt en uitvoerbaar is om een uitzondering voor deze verplichting te laten gelden, bijvoorbeeld als sprake is van beter passende arrangementen, zoals bijvoorbeeld in de agrarische sector gangbaar is.

Opt-out?

Er wordt dus nu al rekening gehouden met het gegeven dat sommige groepen onder voorwaarden niet mee hoeven te doen aan deze verplichte verzekering. Dus dan kunnen Broodfondsen misschien ook onder zo’n zogenaamde opt-out mogelijkheid vallen. Maar op dit moment is er nog helemaal niets duidelijk en kan niemand daar iets zinnigs over zeggen.

Basisverzekering?

In een aantal reacties op de plannen (niet in de plannen zelf) wordt gesproken over een basisverzekering voor blijvende arbeidsongeschiktheid (na twee jaar) waarbij iedereen moet worden geaccepteerd. Kortlopende arbeidsongeschiktheid, het Broodfonds dekt dat, valt hier buiten.
In dat geval blijft deelname aan een broodfonds natuurlijk zinvol. Maar zoals gezegd: nog niets is duidelijk.

Politieke standpunten

De BroodfondsMakers hebben afgelopen maanden gesprekken gevoerd met politieke partijen naar aanleiding van nieuwsberichten over een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering. We hebben overal duidelijk gemaakt dat Broodfondsleden niet op zo’n verplichting zitten te wachten en liever zelf bepalen hoe ze hun risico afdekken. En als het toch tot een verplichting komt, vroegen we de kamerleden, zorg dan voor een op-out regeling voor mensen die zelf al wat geregeld hebben.

Langdurige arbeidsongeschiktheid

De politiek kan zich beter buigen over een goed vangnet voor alle arbeidsongeschiktheid die langer dan twee jaar duurt. De eerste twee jaar is voor de meeste zelfstandigen zelf goed te regelen via Broodfonds, aov of spaargeld. Juist die blijvende arbeidsongeschiktheid is voor een grote groep zelfstandigen überhaubt niet te verzekeren. Een collectieve regeling voor alle werkenden, zelfstandig of in loondienst, met acceptatieplicht zou een veel beter plan zijn. En eerlijker.

Uitvoering en toezicht

Nog een probleem met een verplichte regeling wordt de uitvoering. Het Verbond van Verzekeraars heeft al aangegeven dat zij de verplichte verzekering voor zelfstandigen niet kunnen en willen uitvoeren. Het UWV dat arbeidsongeschiktheid van werknemers vaststelt en uitkeringen toekent heeft er de capaciteit niet voor: er komen recent veel fouten en misstanden bij UWV naar buiten.

Verkiezingen 2021

Voorlopig zal er helemaal niets veranderen. Er wordt komend jaar veel overlegd. In de zomer van 2020 kan er wel meer duidelijkheid zijn over de plannen. Maar voordat een wet voor verplichte verzekering er ligt, zijn we zo een paar jaar verder. De SER-partners moeten zelf eerst nog akkoord geven, daarna moet de Tweede Kamer het eens zijn en tenslotte moet ieder wetsvoorstel nog ook door de kritische Eerste Kamer worden goedgekeurd. Zelfs als er volgend jaar rond zomer al een eerste plan ligt, dan is het maar de vraag of zo’n nieuwe wet rond is voor de Tweedekamerverkiezingen van medio 2021. En die kan alles weer veranderen.

Wat kun je zelf als Broodfondslid doen?

Deze verplichte verzekering is bedacht zonder zelfstandigen te betrekken bij de afwegingen. Dat was eenvoudig, want er bestaat geen belangenbehartiging voor zelfstandigen zoals voor werkgevers en werknemers. Wat je standpunt ook is: breng het naar voren. Je kunt je op belangrijke momenten mening geven en je eigen partij bevragen over hun standpunt, zodat politici zich gaan realiseren dat zij naar ondernemers moeten luisteren. Er zijn al een aantal initiatieven en petities die de verplichte verzekering nog willen beinvloeden. De BroodfondsMakers zijn geen belangengroep, maar wij zullen wel de belangen van Broodfondsleden benoemen waar dat kan. We zullen bij allerlei beleidsmakers heel duidelijk blijven aangeven dat de Broodfondsen mogelijk moeten blijven. We zullen blijven uitleggen dat een innovatieve en solidaire oplossing zoals het Broodfonds steun en ruimte verdient.